Kunstboek samenvatting

  • Period: 1500 BCE to 800 BCE

    1.2 Prehistorie

    archeologie, grotschilderingen, steentijd en bronstijd, organische vormen, gestileerde tekeningen, krassen/graveren, reliëf. Voorstellingen zijn alledaags.
  • Period: 800 BCE to 150 BCE

    1.3 De Grieken

    steeds meer kijken naar hoe de mens eruit ziet: van statisch naar dynamisch. vaasschilderingen, gestileerd, decoratieve vormen. Steeds realistischer én idealistisch. Voorstelling: goden, sporters, filosofen, vaak naakt. 3 versch tempels: Dorisch, Ionisch en Korintisch.
  • Mythische stichting van Rome
    753 BCE

    Mythische stichting van Rome

    Romulus en Remus, de stichters van Rome, volgens legende grootgebracht door een wolvin. Nu nog steeds stadsteken van Rome.
  • Period: 753 BCE to 490

    1.4 Romeinen

    overname/verbetering op de Grieken, verisme, propaganda, marmeren kopieën van brons, keizerportretten, fresco's, triomfbogen
  • Korè
    550 BCE

    Korè

    Voorstelling: vrouwfiguur, gevlochten haar, archaïsche glimlach, amandelogen, gekleed in lang gewaad
    Vormgeving: marmer, sporen van roodachtige verf, statische verticale compositie, organische maar gestileerde vorm
  • Wagenmenner van Delphi
    475 BCE

    Wagenmenner van Delphi

    Voorstelling: manfiguur in lang gewaad, arm(en) vooruit met teugels in de hand, kapsel met krullen, neutrale gezichtsuitdrukking. Sporter.
    Vormgeving: brons (groene kleur), plooien zorgen voor plasticiteit en schaduwen, let op: contraposthouding is niet zichtbaar!, verticale statische compositie, decoratieve graveringen op het kapsel
  • Dorische bouworde
    460 BCE

    Dorische bouworde

    zuil direct op trap, massief, dikke zuilen, simpel kapiteel, architraaf, fries
  • Speerdrager
    440 BCE

    Speerdrager

    Voorstelling: Naakte man, staand, benen in contraposthouding, een arm gebogen, gespierd, boomstam, kijkt naar rechts, handen ontspannen
    Vormgeving: dynamisch, marmer, gesloten vorm, stofuitdrukking, verticaal, suggestie van beweging, 3D, witte kleur van het marmer
  • Ionische bouworde
    420 BCE

    Ionische bouworde

    tussen trap en zuilen een 'voetje/basement', slankere zuilen, voluten op kapiteel
  • Korinthische bouworde
    174 BCE

    Korinthische bouworde

    kapiteel te herkennen aan plantblaadjes van de acanthusplant. wordt voornamelijk door de Romeinen gebruikt
  • Ruiter van Artemision
    150 BCE

    Ruiter van Artemision

    Voorstelling: galloperend/springend paard met klein jongetje op de rug. Jochie leunt naar voren en houdt één arm naar voren richting nek paard. Paard heeft oren naar achteren, mond wat opengesperd, staart wijst naar achteren. Jochie heeft wapperende kleding aan. expressief.
    Vormgeving: brons (bruin/groene kleur), dynamische/asymmetrische compositie, organische vormen, schaduwwerking vanwege realistische details
  • Period: 500 to 1453

    2.2 Byzantijnse kunst

    Byzantium = Istanbul, ook richting Italië: Ravenna. Kenmerken: architectuur = centraalbouw. schilderkunst = iconen, afbeeldingen van heiligen, vaak met gouden achtergrond, gestileerd, contouren, plat. Mozaïeken ook afbeeldingen van keizers.
  • Period: 1000 to 1200

    2.3 Romaans

    vroege middeleeuwen, kloosters, pelgrims, gelovigen, alles draait om de Kerk. Kunst heeft een christelijke boodschap en helpt bij het begrijpen van de mis/dienst. Architectuur: kerk is kruisvormig (plattegrond) rondbogen, massieve muren, kleine ramen, laagbouw, schip, transept. Schilderkunst: gestileerde/organische figuren "peperkoekenmannetjes". weinig diepte, beetje overlapping. donkere kleuren
  • Period: 1140 to 1500

    2.4 Gotiek

    Late middeleeuwen. Architectuur: hoogbouw, verticaliteit, glas-in-lood-ramen, spitsbogen, buitenkant luchtbogen, kruisribgewelven, straalkapellen rondom de apsis (=koor). Schilderkunst én beeldhouwkunst: gedetailleerdere menselijk lichaam, slanker, plooien, ook lichtere kleuren. meer diepte, overlapping, verkleining, hoger plaatsen. g-i-l-raam zorgt voor kleurrijk en dus goddelijk licht in de kerk
  • Period: 1300 to

    2.5 ME of RE

    3 kunstwerken (Giotto, Van Eyck, Bosch). Overgangsperiode, met het ene been in de middeleeuwen, met het andere in de renaissance. Ontdekking olieverf, droogt langzaam dus kun je langer mee werken, veel kleurkracht en glans. Goed voor stofuitdrukking. Meer perspectief, wat meer realistischer dan de 'echte' middeleeuwen. KB: blz 42 en 43.
  • Period: 1400 to

    3.2 Renaissance

    3 kunstwerken. Renaissance = wedergeboorte van de klassieke oudheid. dus niet alleen christelijke onderwerpen/voorstellingen maar ook weer goden en mythen. In groot formaat. Kunstenaars kijken meer naar de natuur en naar anatomie. perspectief, symmetrie, harmonie ook in beeldhouwkunst. Gulden Snede. kunstenaar als homo universalis (= alleskunner). Raphael, Leonardo, Michelangelo.
  • Period: 1520 to

    3.3 Maniërisme

    2 kunstwerken. jongere broertje van de renaissance, lichaamshoudingen zijn ingewikkeld, kleuren meer pastel/zacht, anatomie overdreven (bijv. uitgerekte lichamen. Kunstenaars streven naar een soort superperfectie "kijk eens wat ik kan!" technische trucjes
  • Lorenzo de Medici
    1531

    Lorenzo de Medici

    Voorstelling: zittende man in een nis met een eigentijds harnas, linkerarm gebogen naar hoofd, hand voor mond, andere arm rust op bovenbeen, knieen beetje uit elkaar, voeten gekruist, sierlijke helm.
    Vormgeving: gesloten vorm, marmer, stofuitdrukking, overlapping, verkorting, verticale compositie
  • Madonna met de lange nek
    1540

    Madonna met de lange nek

    voorstelling:
    vormgeving:
  • Period: to

    3.4 Barok

    4 kunstwerken (2 uit boek, 2 zelf, tip: 1 uit IT 1 uit FR en 2 uit NL). Barokperiode loopt in IT en FR anders dan in NL. In IT en FR is de kerk en het hof (koning) nog steeds belangrijkste opdrachtgever. Barok is reactie op protestantisme: gelovigen terug naar de katholieke kerk. Dus kunst is uitbundig, theatraal, dramatisch, heftige/donkere kleuren, clair-obscur (extreem licht-donker contrast). Contrareformatie. in NL zijn de rijke burgers opdrachtgevers. kunst in genres: blz. 62-64 Gouden Eeuw
  • Period: to

    3.5 Rococo

    2 kunstwerken. jongere broertje van de Barok, overdadig, frivool (speels/cheeky), erotisch getint, pastelkleuren, parklandschappen, herders. grillige/golvende vormen die asymmetrisch zijn = rocaille. Interieurs waar beeldhouwwerk overgaat in architectuur. veel servies.
  • Period: to

    Neoclassicisme

    Begin 19e eeuw, Academie, strenge regels, terugkijken naar de klassieken, Venus, naakt, voorgrond-achtergrond, idealisme
  • Period: to

    Romantiek

    ontsnappen uit de realiteit, machtige natuur, ontsnappen naar het verleden
  • Period: to

    Realisme

    harde realiteit, grauwe kleuren, arbeidersklasse in beeld
  • Period: to

    Arts and Crafts

    Engeland
  • Period: to

    Impressionisme

    indruk van de kunstenaar, impressie van een precies moment op de dag, lichtinval, in de buitenlucht schilderen, schildertoets zichtbaar
  • Period: to

    Jugendstil

    Duitsland en Nederland
  • Period: to

    Post-impressionisme

    meer experimenten met vorm en kleur. Pointillisme
  • Period: to

    6.9 Conceptkunst

    het idee achter het kunstwerk belangrijker dan het kunstwerk zelf. Een kunstenaar kan dus zijn concept delen met bijv. een museum, en de museummedewerkers maken het vervolgens "af". Tekst is een belangrijk kenmerk. Doel van de kunstenaar is om publiek zich dingen af te laten vragen. Vaak ook reagerend op de maatschappij: engagement.
  • Period: to

    6.11 Environments

    Omgevingssculptuur waar je je als bezoeker helemaal in kunt onderdompelen, je wordt onderdeel van het kunstwerk, het heeft een bepaalde interactie. Denk aan het zwembad in Museum Voorlinden
  • Period: to

    6.6 Hyperrealisme

    slaat dus terug op het realisme van de 19e eeuw, maar dus hyper: supergedetailleerd, werkelijkheid tot in de puntjes. Het lijkt net echt. Sculpturen: vaak uitvergroot en als levende mensen. Schilderijen: vaak reflecties, lijkt net een foto maar is wél geschilderd
  • Period: to

    6.10 Happening, performance en bodyart

    Happening: toevallige gebeurtenis als kunstwerk, tijdelijk, "je moet er maar toevallig bijzijn".
    Performance: van tevoren bedacht, vaak is de uitkomst ook redelijk bedacht, maar kan veranderen bijv. door de toeschouwer. Marina Abramovic
    Bodyart: het lichaam van de kunstenaar centraal. Grenzen opzoeken. Lichaam als doek.
    al deze types kunst worden vaak opgenomen, en kun je dan toch later de video van terugzien.