Geschiedenis PO Mohammed el Morabet Klas 4 Kwartaal 1

  • Period: 15,000 BCE to 3000 BCE

    Tijd van jagers en boeren (Prehistorie)

  • Period: 15,000 BCE to 3000 BCE

    De levenswijze van Jagers en Verzamelaars.

    Bron In deze afbeelding zie je duidelijk hoe de jagers en verzamelaars jagen op wilde dieren met gereedschappen zoals een pijl en boog. Het is ook gemaakt door een jager en/of een verzamelaar, dus je kan goed zien hoe het leven was voor een jager of verzamelaar.
  • Period: 15,000 BCE to 3000 BCE

    Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen.

    Bron
    Hier zie je een Egyptenaar die met vee aan het landbouwen is. Je ziet dat de mens zich ontwikkelt en minder moeite hoeft te doen voor het verkrijgen van voedsel.
  • Period: 15,000 BCE to 3000 BCE

    Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.

    Bron
    Op dit kleitablet is duidelijk een vorm van een schrift te zien. Schriften werden gebruikt om informatie bij te houden, zoals bezittingen of verhalen. Vooral in stedelijke gemeenschappen is het belangrijk.
  • 10,000 BCE

    Het ontstaan van de Landbouw.

  • 10,000 BCE

    Eerste vormen van Landbouw

    In 10.000 v.C. begonnen de mensen in Zuidwest-Azië voedsel te verbouwen. Voor deze tijd jaagde de mensen en reisden de mensen constant. Toen de landbouw werd ontworpen, stopten de mensen met het eindeloos rondreizen en maakten de mensen huizen en boerderijen. Deze keerpunt heeft veel verandert voor de mensheid, omdat er minder risico is te sterven als je geen eten vind tijdens het jagen. Je kan nu op een plek blijven en constant een redelijke voorziening hebben van eten.
  • 3100 BCE

    Bronstijd

    Ongeveer 3100 v.C. begonnen mensen met het maken van bronzen gereedschappen. Dit wordt de Bronstijd genoemd, die in het drieperiodensysteem komt na neolithicum, de tijd waar mensen gereedschappen maakten van steen. De bronzen gereedschappen werden gebruikt als wapens, gebruiksvoorwerpen zoals messen en bijlen, beelden en sieraden. Dit was een groot keerpunt, omdat de mensen beginnen met grondstoffen uit de grond te halen, en het te gebruiken voor hun eigen belang.
  • Period: 3000 BCE to 500

    Tijd van Grieken en Romeinen (Oudheid)

  • Period: 3000 BCE to 500

    De ontwikkeling van het wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat.

    Bron
    Dit is een beeld van Socrates, een van de belangrijkste Griekse filosoof. In deze tijd begonnen veel mensen met denken over het leven, politiek en wetenschap.
  • Period: 3000 BCE to 500

    De groei van het Romeinse Imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde.

    Bron
    Dit beeld is gevonden in Nederland, en is een romeins beeldje van een god. Dit betekent dat het Romeinse rijk helemaal tot aan het zuiden van Nederland hun cultuur heeft gebracht.
  • Period: 3000 BCE to 500

    De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.

    Bron
    De Grieken en Romeinen maakten in hun gebouwen vooral gebruik van simpele patronen om het gebouw niet te saai eruit te laten zien. Dit heeft grote invloed gehad op de huidige architectuur.
  • Period: 3000 BCE to 500

    De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur in Noordwest-Europa.

    Bron
    De Germanen en Romeinen hadden veel verschillende ideeën over de goden. In dit schilderij zie je hoe ze het uitvechten.
  • Period: 3000 BCE to 500

    De ontwikkeling van het Jodendom en christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten.

    Bron
    Het Christendom verspreidde sneller naar Europa dan het Jodendom.
  • 763 BCE

    Senaat wordt opgericht in het Romeinse rijk

    In het jaar 753 v. Chr. werd in het Romeinse rijk de senaat opgericht. Dit is de eerste vorm van democratie. Daarvoor was er altijd een of twee leiders van een stam of rijk, maar de Romeinen veranderen dat door 100 of 900 senatoren de Romeinse stadshoofd laten meehelpen met het maken van beslissingen. Dit idee is heeft grote gevolgen, omdat later hetzelfde idee wordt toegepast, zelfs tot vandaag.
  • 500 BCE

    Pythagoras

    In het jaar 500 v.Chr. heeft de filosoof Pythagoras de stelling A² + B² = C². Naast deze stelling heeft hij veel meer uitspraken en stellingen gemaakt, maar dit is een van de bekendste en belangrijkste stelling. Pythagoras heeft veel wiskundige en religieuze-filosofische stellingen gemaakt die nu nog gebruikt worden.
  • 110 BCE

    Christendom wordt ontstaan.

    In de jaren 110-120 na Chr. is het Christendom ontstaan. De religie verspreidde zich naar Europa, en veel mensen zijn overgestapt naar het christendom. Zelfs het Romeinse rijk heeft zijn religie verandert naar het christendom. Er wordt nu in maar één god gelooft in Europa, in plaats van meerdere. Tegen de tijd dat de vroege middeleeuwen eindigen, zijn al grote delen van Europa christelijk, wat dus een groot gevolg is.
  • 44 BCE

    Dood van Julius Caesar

    Op 15 maart 44 v.Chr. is Julius Caesar vermoord, door mannen die hem een tiran vonden. Het hele rijk is woedend op de mensen die dit hebben gedaan, en de moordenaars moeten vluchten uit het Romeinse rijk. Julius Caesar was een van de beste (als niet de beste) keizer van een van de sterkste rijken die ooit heeft bestaan. Het nieuws verspreidde zich dan ook snel. Dit is een van de eerste tyrannicide en ook een van de grootste.
  • 29 BCE

    Eerste amfitheater

    De eerste grote stenen amfitheater is gemaakt in 29 v.Chr. en heet de Amfitheater van Statilius. Amfitheaters waren de eerste vormen van sporten en entertainment. In amfitheaters werden er gladiatorgevechten gehouden, of wagenrennen gehouden. Het volk komt er voor zijn plezier, en het is iets wat je kan vergelijken met de bioscoop of theater van nu.
  • 284

    Diocletianus wordt keizer van het Romeinse Rijk.

    Het jaar 284 wordt gezien als het begin van de Laat-Romeinse tijd, omdat in dat jaar Diocletianus keizer wordt. Hij noemde zichzelf een heer of god. Er werd niks meer aan de republiek, en het rijk werd bestuurd door 4 mensen, in plaats van een heel senaat. Mensen zien dit als het einde van het Romeinse Rijk omdat er geen senaat meer is, en het rijk geen republiek meer is.
  • 313

    Het christendom wordt een toegestane godsdienst in het Romeinse Rijk.

    In dit jaar werd het christendom een toegestane godsdienst in het romeinse Rijk. Je kan dit zien als het einde van de prehistorie, en het begin van de middeleeuwen omdat dit het punt is waar de ideologieën van de mensen begonnen te veranderen. Meer mensen stappen over naar het christendom, en minder mensen geloven nog in de Romeinse goden. Het christendom heeft ook een grote rol gespeelt in de middeleeuwen, dus kan je het toestaan van het christendom makkelijk zien als het einde van de prehistor
  • 375

    De Grote Volksverhuizing.

    Het jaar 375 is ook te zien als het einde van de prehistorie, omdat in dat jaar de Grote Volksverhuizing plaatsvond. Veel Germanen kwamen het westen van het Romeinse Rijk binnen, wat niet altijd gewelddadig gedaan werd. Doordat er opeens veel meer mensen in het Romeinse Rijk komen, ontstaan er voedseltekorten in de grote steden. Dit is te zien als het einde van de prehistorie, omdat het Romeinse rijk nu niet meer alleen bestaat uit romeinen, en de grenzen zo goed als open zijn voor de Germanen.
  • 378

    Het christendom wordt de staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk.

    In het jaar 378 werd het christendom de staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk. Dit jaar is te vergelijken met het jaar 313, maar dan worden de Romeinse goden helemaal niet meer erkent. Dit kan je zien als een beter jaartal om de prehistorie te eindigen dan 313, omdat na dit jaar veel meer mensen christelijk werden. Dit jaartal vind ik het einde van het Romeinse rijk omdat vanaf dit punt de Romeinse cultuur begon af te brokkelen.
  • 410

    Rome wordt geplunderd door de Visigoten.

    In dit jaar werd Rome geplunderd door de Visigoten, onder leiding van Alarik I. Rome was toen niet meer de hoofdstad van het Romeinse rijk, maar werd nog wel gezien als de eeuwige stad. De plundering kwam dan ook als een schok voor de meeste romeinen. Deze gebeurtenis is te zien als het einde van het Romeinse rijk, en het begin van de middeleeuwen omdat voor veel mensen in die tijd Rome gezien werd als de pilaar van het Romeinse rijk. Zonder Rome, vonden de mensen dat er ook geen Romeinserijk is
  • 476

    Val van Romeinse rijk

  • Period: 500 to 1000

    Tijd van monniken en ridders (vroege middeleeuwen)

  • Period: 500 to 1000

    Het ontstaan en de verspreiding van de Islam.

    Bron
    Hier zie je een plaatje van de profeet Mohammed die andere de wegen van de Islam leert. Zijn opvolgers veroveren veel gebieden in Noord-Afrika en verspreiden de Islam snel.
  • Period: 500 to 1000

    De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.

    Bron
    In dit plaatje zie je hoe een agrarisch-urbane samenleving er ongeveer uitziet. Je hebt de boeren die eten brengen voor de rijkere, en de monniken van de kerk.
  • Period: 500 to 1000

    Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.

    Bron
    Op deze afbeelding zie je een keizer of heer die macht of een taak geeft voor een specifiek stuk land.
  • Period: 500 to 1000

    De verspreiding van het christendom in geheel Europa.

    Bron
    In deze bron zie je een schilderij over Sint Nikolaas. Het christendom verspreidde zich al sinds het een toegestane godsdienst werd in het Romeinse rijk.
  • 800

    Eerste kastelen

    De eerste kastelen werden gemaakt tussen de jaren 800 en 1000. De eerste kastelen waren alleen muren om een paar huizen tegen bescherming van de Noormannen die rondreisden en plunderden. Later kwamen er ook torens om over de muren heen te kunnen kijken. Er werden ook grachten en bruggen toegevoegd. Dit is een grote keerpunt op het gebied van oorlog. Er wordt steeds meer strategischer nagedacht om de vijand te verslaan.
  • Period: 1000 to 1500

    Tijd van steden en staten (hoge en late middeleeuwen)

  • Period: 1500 to

    Tijd van ontdekkers en hervormers (renaissance/reformatie/ontdekkingsreizen)

  • Period: to

    Tijd van regenten en vorsten (Gouden Eeuw)

  • Period: to

    Tijd van pruiken en revoluties (verlichting)

  • Period: to

    Tijd van burgers en stoommachines (industrialisatie)

  • Period: to

    Tijd van de wereldoorlogen (eerste helft van de 20e eeuw)

  • Period: to

    Tijd van televisie en computer (tweede helft 20e eeuw)