Tijdlijn Tekenen Mex

Timeline created by MexvdBungelaar
  • -800 BCE

    Archaïsche periode

    Archaïsche periode
    een voorbeeld van de beeldenkunst in de Archaïsche periode
  • -450 BCE

    Klassieke periode

    Klassieke periode
    een voorbeeld van de beeldhouwkunst in de Klassieke periode.
    contraposthouding
  • -50 BCE

    Hellenisme

    Hellenisme
    een voorbeeld van de beeldhouwkunst tijdens het hellenisme.
    gespierde lichamen, zeer expressief, voorkeur voor sterke emoties, grote bewegingen.
  • -27 BCE

    De Architectura

    oudste en meest invloedrijke werk over bouwkunst.
    door Romeinse architect Vitruvius.
    inspiratie voor Renaissance architecten
  • -8 BCE

    ontwikkeling ministaten

    ministaten = poleis/stadstaten.
    in de Archaïsche periode.
    Grieken vestigen langs middellandse en zwarte zee > begin culturele bloei: alfabetisch schrift Feniciërs overgenomen.
    ontwikkeling vroege beeldhouwkunst en de vaasschilderkunst.
    mythologie (mondeling overgegeven)
  • 4

    Het kruis word het teken van het Christendom

    Kruisigingsstraf word afgeschaft
  • 4

    Kelten bekeerden zich tot het Christendom

  • 4

    Volksverhuizingen

  • 110

    Basilica

    Basilica
  • 110

    Forum Trajanum

    Forum Trajanum
    Het Forum Trajanum was het centrum van de comerciële, politieke en juridische levens.
    Het gebouw had een tempel, bibliotheken, een basilica, een markt/plein met allemaal gebouwen en een triomfboog. Daarnaast heeft het gebouw grootste afmetingen. Het eerste Forum werd gebouwd door Julius Caesar, deze kwam daarna.
    Bij het forum kwamen vooral advocaten, bankiers, makelaars, winkeliers, alle klanten van deze mensen, en ook soms bedelaars. Rond 110 werd het gebouw gerealiseerd met een zuil.
  • 110

    Mijlpaal Romeinen

    Mijlpaal Romeinen
    De Romeinse mijlpalen werden om de mijl neergezet en gaven de afstand tot de volgende stad, tot Rome en tot de volgende mijlpaal aan. De Romeinen legden de basis van de infrastructuur van vandaag aan. Ze maakten wegen, verdedigingsmuren, bruggen en tunnels. Dit maakte het makkelijker om het rijk te besturen en om je te verplaatsen. Romeinen waren wereldveroveraars. Door de uitbreiding in West-Europa leerde de mensen kennis maken met de Griekse cultuur.
  • 113

    Zuil van Trajanus

    Zuil van Trajanus
    De erezuil is gebouwd ter ere van de winst in Dacië (Roemenië).
    De zuil is 42 meter en er staan beelden op. Deze beelden stellen de voorbereiding op de strijd voor. De Romeinen worden als helden afgebeeld. Aan de bodem van de zuil is de urn van Trajanus begraven
  • 313

    Erkenning vh Christendom door Keizer Constantijn

    Het Christendom is geen verboden godsdienst meer
  • 313

    Bouw van de Basilica overgenomen in kerken

  • 313

    Doel van de Christelijke kunst

    Ander doel dan van de Klassieke Oudheid
    geen realisme
    diepere betekenis
    bijbelse symbolen en tekens verwijzend naar de goddelijke werkelijkheid = iconografie
  • 330

    Constantijn en zijn hofhouding verplaatsen zich naar Constantinopel

    Constantinopel = Byzantium = Nu Istanbul (sinds 1453)
    Ontstaan oost en west Romeinse Rijk
    Rooms-Katholicisme word de staatsgodsdienst
  • 330

    Ontstaan Oost- en West-Romeinse Rijk

    zie verplaatsing hofhouding Constantijn
  • 391

    Rooms-Katholicisme werd de staatsgodsdienst in het Romeinse Rijk

  • 400

    Dorisch, Ionisch, Corintische zuilen

    Dorisch, Ionisch, Corintische zuilen
    Dorische zuil = Archaïsch
    Ionische zuil = Klassiek
    Corinstische zuil = Hellenistisch
  • 700

    de eerste kruistochten

    8e eeuw
  • 800

    Karel de Grote gaf relikwieën een belangrijke rol in de kerk

    overblijfselen van overleden heiligen werden bewaard. Ze geven genezing, bescherming en brengen God nabij
  • 800

    Glas-In-Lood ramen in kerken

  • 800

    uiteenvallen Karolingische Rijk

  • 843

    iconoclasme opgeheven

    ingevoerd de 7e en 8e eeuw
    verbod op bijbelse afbeeldingen
  • 1066

    Het tapijt van Bayeux

    Het tapijt van Bayeux
    ER STAAT OP:
    stripverhaal van de geschiedenis
    de verovering van Engeland van door Willem van Normandië
    invasie + nederlaag van Engeland + dood van koning Harold
  • 1100

    Romaanse interieur Kerk

    Romaanse interieur Kerk
    het licht valt vanuit een hoge lichtbeuk en ramen in de zijbeuk
  • 1100

    Opbouw Romaanse kerk

    Opbouw Romaanse kerk
    tongewelven en koepelgewelven
    zware muren met steunberen
    rondbogen
    kleine ramen
    lisenen (arcadebogen en randen aangebracht in het metselwerk
    1 zware vieringtoren (viering = kruising transept en middenschip)
    apsis + ander straalkapellen, kooromgang, (plafond)fresco's uitbreiding op de vroegtijdige basilica
    basis = kruis, symbool Christendom
    massiefbouw
    de muren hebben dragende functie
  • 1400

    Ontstaan vd Renaissance

    zelfbewustzijn,
    opkomst humanisme,
    reformatie (doorbraak religieuze eenheid),
    opkomst natuurwetenschappelijk onderzoek,
    ruihandel,
    ridderstand verlies macht,
    burger word belangrijker in maatschappelijk leven,
    herontdekking natuur/menselijk lichaam,
    opkomst staten en landgrenzen
  • 1400

    Vlaamse Primitieven

    tempera (verfsoort) = poedervormige pigmenten samen gewreven met water en eidooier.
    olieverf (voor het eerst in 15e eeuw) > craquelures.
    bijbelse personen.
    Maria draagt zuivere kleuren (wit en blauw).
    late middeleeuwen.
    gebruik perspectieven (lineair en atmosferisch).
    doorkijkjes.
    dure kleding.
    stofuitdrukking.
    Christelijke kunst.
    adam en eva.
    symbolisch.
    bijbelse taferelen in eigentijdse setting/interieur
    kunst voor de rijke mensen.
  • 1425

    ontwikkeling lineair perspectief

    ontdekking wetten van het perspectief.
    1e werken: Masaccio en Van Brunelleschi
  • 1445

    Uitvinding Boekdrukpers

    Vertaalde Bijbel verspreiden.
  • 1450

    verspreiding Humanisme

    Humanisme:
    terugkeer naar Griekse/Romeinse beschaving
    zuivering van het Christelijk geloof
    Humanisten = Bijv. Erasmus
    benadrukken wiskunde in de studie, om filosofische theologische waarheden te achterhalen studia humanitas = grammatica, retorica, logica en geschiedenis
  • 1500

    Laat-Gotiek

    sybolisch word meer realisme.
    eigen belevingswereld grote rol.
    Schenkers en stichters geschilderd.
    UITVINDING BOEKDRUKKUNST.
    ontstaan hout/kopergravure.
    miniatuurschilderkunst.
  • 1550

    Realisme

    schilderen exact volgens de waarheid.
  • 1566

    Beeldenstorm

    De Calvinisten (Volgers Calvijn, man die kritiek had op de kerk) vielen de Christelijke kerken aan en vernielden de beelden. Godsdienstrevolutie.
  • Ontstaan Camera Obscura

  • Eind 80-jarige oorlog

    80-Jarige oorlog: vervolging protestanten > opstand tegen de Spaanse koning
    start bloei van de Gouden Eeuw
  • Protestantisme

    stimuleren onderwijs/ontwikkeling vd wetenschap (op universiteiten).
    geen luxe.
    bevorderen denken vd mens.
    kunst heeft een doel: leer en vermaak.
    natuur = product van Gods schepping.
    invloed uit Italië: Renaissance en klassieke oudheid.
    rijke burgers = opdrachtgevers
  • Barok

    Barok
  • Barok

    Barok
  • Barok

    Barok
  • Romantiek

    Romantiek
  • Neoclassicisme

    Neoclassicisme
    de ware stijl.
    strakke lijnen en vormen.
    18e en 19e eeuwse kunst geïnspireerd door de klassieke periode.
  • Period:
    3,500 BCE
    to
    1,450 BCE

    Bronstijd, Minoïsche beschaving

    vernoemd naar Minos, koning van Kreta.
    Kreta lag op de kruising van vele zeevaartroutes > handel
  • Period:
    1,600 BCE
    to
    1,200 BCE

    Myceense beschaving

  • Period:
    -800 BCE
    to
    -500 BCE

    Archaïsche periode

    Beelden met statische/frontale houding, gestileerd haar en lichaamsvormen als lijnen. Archaïsch = Uit het begin
    bouw grote tempels, ontwikkeling schilderkunst en monumentale beeldhouwkunst
  • Period:
    -800 BCE
    to
    50

    Griekse Kunst / Bloei van de Griekse Oudheid

    bakermat West-Europese beschaving.
    ontwikkeling filosofie, wetenschap en literatuur.
    Griekenland: aantal staten zonder onderling contact.
    eenvoud.
    evenwicht.
    harmonie=goddelijkheid
    doel: gemeenschap dienen.
    zorg aan lichaam en geest (sport en gezondheid!)
    perfectie, uiterlijk en innerlijke schoonheid.
    slaven deden het werk>veel tijd voor ontwikkeling denken.
    mens als middelpunt van het heelal
  • Period:
    -500 BCE
    to
    -350 BCE

    Klassieke periode

    Alle denkbare cultuuruitingen komen tot groei:
    filosofie, politiek, literatuur, muziek, schilderkunst, beeldhouwkunst en architectuur De gebeurtenissen in deze tijd hebben de loop van de geschiedenis zó beïnvloed dat de periode "klassiek" genoemd wordt.
    contraposthouding, perfectionisme
  • Period:
    -350 BCE
    to
    -50 BCE

    Hellenisme

    De tijd begint door de veroveringen van Alexander de Grote
    (rijk van Griekenland tot Midden-Oosten)
    -> macht Grieken neemt af
  • Period:
    98
    to
    117

    Trajanus aan de Macht (Romein)

    Onder leiding van Trajanus hadden de Romeinen bezit van een groot gebied: Zuidwest-Europa en de kust van Noord-Afrika. De romeinse beschaving loopt deels gelijk aan de Griekse. Deze beschavingen samen worden de Klassieke Oudheid genoemd
  • Period:
    300
    to
    1000

    Byzantijnse en VroegChristelijke kunst

  • Period:
    500
    to
    1000

    Alle gebouwen werden van hout gemaakt

    Van de houten gebouwen is bijna niets bewaard gebleven
  • Period:
    527
    to
    565

    Keizer Justinianus

    Bouw van het 'Aya Sophia' om andere religieuze gebouwen te overtreffen
    probeerde het romeinse rijk te redden na de afzetting in 476
    Ravenna tot bestuurscentrum gemaakt, centrum van de Byzantijnse macht/kunst/cultuur
  • Period:
    748
    to
    814

    Karel de Grote

    Gekroond door de Paus
    De 1e West-Europese keizer
    Kunstwerken moesten volgens hem gemaakt worden ter ere van God, met esthetische normen
  • Period:
    800
    to
    1200

    Karolingische minuskel

    Nieuw letterschrift ontwikkeld door Karel de Grote
  • Period:
    1000
    to
    1200

    Romaanse Periode

    schilderkunst: vlak, geen perspectief, lineaire voorstellingen, plooien = lijnen
  • Period:
    1000
    to
    1100

    groei kloosters > kunstzinnige bedrijvigheid

    verrijzing kloosters en kerken
    oprichting nieuwe geloofsordes
  • Period:
    1000
    to
    1100

    Kruistochten

  • Period:
    1150
    to
    1500

    Gotische periode

    kunst: het sterven van Christus.
    bouwkunst: muren verliezen dragende functie, spitsboog, kruisribgewelf, luchtbogen, steunberen, glas-in-lood ramen.
    ontwikkeling in beeldhouwkunst: pilaarfiguur > beweeglijk/los figuur.
    emoties worden uitgebeeld.
    schilderkunst in dienst vd kerk.
    gouden achtergrond.
    fresco's & secco's.
    geschilderde panelen altaarstukken.
    sybolische voorstelling.
  • Period:
    1400
    to

    Renaissance

    Grote bloei van kunst en wetenschap.
    Bewondering voor de klassieke oudheid (bloei Griekse/Romeinse beschavingen, de beschaving kwam opnieuw tot leven).
    Begon in Italië -> Veel resten Klassieke Oudheid te vinden.
    Renaissance = wedergeboorte.
    Nieuw zelfbewustzijn -> Mens wordt individu -> Ontwikkeling Portret
    Veranderende levensfilosofie: Opkomst humanisme.
    Reformatie kerk.
    Bloei wetenschap & Economie (Handel).
    Ontdekking Wereld.
    Universele Mens.
    Nieuwe rol kunst.
    Tempera, fresco, secco & olieverf
  • Period:
    1400
    to
    1500

    Vroeg Renaissance

    In Florence.
    Simone Martini: internationale Gotiek, decoratief, heldere kleuren, gouden achtergrond, slanke/gestileerde figuren in gewaden, subtiele plooival. Bladgoud en tempera op hout.
    Fra Angelico: schildert panelen/drieluiken/fresco's met bijbelse voorstelling in nieuwe stijl. plasticiteit/naturalisme/weergave van ruimte.
    Masaccio: toepassen regels centraal perspectief, God middenin bij kruis, witte duif (heilige geest) boven hoofd God
  • Period:
    1400
    to

    Kenmerken renaissance bouwkunst

    rondbogen.
    afsluitende muren.
    zware kroonlijst maakt dak niet zichtbaar.
    zuilen, pilasters, fronton, halfzuilen, muurnissen.
    triomfboogmotief.
    symmetrie.
  • Period:
    1500
    to

    Hoog-Late Renaissance

    In Milaan en Rome
  • Period:
    1500
    to

    Maniërisme

    na de Renaissance, overgang naar de Barok.
    ontstaan in Rome > pestepidemie > kunstenaars vluchten > verspreiding Maniërisme.
    verfijnde afwerkingen.
    langgerekte figuren in onnatuurlijke houdingen.
    naaktfiguren.
    typische kleuren: bleekroze, oranje, groen en zeeblauw.
    dramatiek; meer emotie tot uitdrukking brengen.
    opdrachtgevers: kerk/adel/burgers.
    beweeglijke onrustige composities.
    toepassing vormen/maten op eigen manier.
    waardering ontstaat pas na 1920.
  • Period: to

    Barok

    bombastische dramatiek.
    grote (kleur)contrasten.
    clair-obscur
    veel licht-donker werking.
    beweeglijk.
    pracht en praal.
    'kunst van de uitbundigheid', bewegingssugesstie: veel dynamiek, diagonale composities.
    'kunst van de machthebbers', absolutisme.
    Contra-Reformatie: vernieuwde opvatting kunst in kerk.
    bouwkunst: nadruk op verticaal, Gesamtkunst (alle kunst nauw verbonden)
    feestelijk en uitbundig.
  • Period: to

    schilderkunst uit de Gouden Eeuw

    genre's: de historieschilderkunst (belangrijkste genre), het landschap, het zeegezicht, het portret, het stillevens, het genrestuk (= een afbeelding uit het gewone dagelijkse leven), het stadsgezicht, het dierstuk.
    kennis van mythologie, bijbel en Griekse+Romeinse geschiedenis
  • Period: to

    De Gouden Eeuw

  • Period: to

    Rococo (stijl)

    decoratiestijl in bouwkunst en toegepaste kunst.
    speels, fijn en grillige vormen.
    inspiratie ontleent aan de natuur.
    krullen, zwier en lichte kleuren.
    weinig rechte lijnen.
    elegante verfijnde stijl.
    asymmetrie en luchtig karakter.
    wanden, meubels en plafond gaan organisch zonder scheiding over.
    uitbundige decoratie.
  • Period: to

    Neoclassicisme (in de Geschiedenis)

    Vooraf:
    opgravingen Pompeii + Herculaneum (> belangstelling klassieke oudheid) & Verlichting = inspiratie kunstenaars Franse Revolutie en opkomst industrialisering. uitgangspunt voor de nieuwe kunststijl van de burgerij (burgerlijke kunst) keizerrijk van Napoleon: kunst gebruikt om macht uit te drukken. Neoclassicme = empire.
    interieur-meubelkunst: verwerking Egypt. motieven, licht/elegant Pantheon (2e eeuw na Chr.) nagebouwd door Soufflot (bekende neoclassicistische architectuur)
  • Period: to

    Neoclassicisme

    eenvoud; geen versieringen.
    grootsheid.
    klassieke kunst met harmonische compositie & vaste maatverhoudingen.
    historische voorstelling.
    kopieën klassieke werken Grieks-Romeins beeldkunst: grote technische vaardigheid, gladgepolijste beelden schilderkunst: nadruk techniek, koele kleuren, koele zakelijke omgeving, statisch toneelmatige indruk, mensfiguren perfect van vorm en in een sterk bestudeerde houding. architectuur: zuil=geen versiering=dragend element, triomfbogen, zegezuilen
  • Period: to

    kunst 19e eeuw

    neoclassisme (kunststroming verlichting) belangrijkste stijl tot 1850 > kunst ander uigangspunt: Romantiek (sentimenteel>dramatische werkelijkheid) > realistische kunst. impressionisme, expressionisme en symbolisten alle ontwikkelingen begonnen bij een revolutie
  • Period: to

    Romantiek

    Individuele expressie van emoties.
    Imitatie en dramatisering vd ongerepte natuur (DU).
    persoonlijke beleving religie/bovennatuurlijke/kosmische.
    menselijke emoties en dramatiek (onbereikbare liefde, heroïek, melancholie), vlucht uit de werkelijkheid.
    menselijke verbeeldingskracht (dromen/nachtmerries).
    belangstelling voor exotische culturen.
    escapisme (reactie op industrialisering).
    kunstenaar is autonoom, kenner vh sublieme.
    reactie tegen gevestigde academische stijl.
  • Period: to

    Napoleon Bonaparte's keizerrijk

    leider van de revolutionairen.
    word bekend als generaal.
    zijn voorbeeld was het Romeinse keizerrijk.
    1804: kroont zichzelf tot keizer
    laatste periode neoclassicisme = empire genoemd, Napoleontische stijl, inspireerd door klassieke oudheid, bewust bedacht door Napoleon.