Kunst tijdlijn Tekenen Havo 4

  • 800 BCE

    Kunstwerk (Archaïsche stijl)

    Kunstwerk (Archaïsche stijl)
    Voorbeeld van een archaïsch kunstwerk
  • Period: 800 BCE to 500 BCE

    Archaïsche periode

    Kenmerken:
    1.Deze beelden hebben een statische en frontale houding
    2. Haren gestileerd weergegeven
    3. Lichaamsvormen met lijnen aangegeven beslaat de periode van 800 tot 500 voor Christus. Het woord archaïsch betekent vrij vertaald 'uit het begin'. In deze tijd werden de eerste grote tempels gebouwd en ook de schilderkunst en monumentale beeldhouwkunst kwam tot ontwikkeling.
  • Period: 800 BCE to 50 BCE

    Griekse kunstperiode

    In de Griekse kunstperiode heb je drie verschillende vormen: Archaïsch, klassiek en het hellenisme. Archaïsch, vooral aardewerk stijlen als zwart-figuur en rood-figuur. Klassiek, alle denkbare cultuuruitingen kwamen hier in bloei zoals ook de architectuur. Hellenisme, alle kunst was haast hetzelfde als in de klassieke tijdperk maar dan veel meer uitdrukkingen en net een tikkeltje explosiever.
  • 650 BCE

    kunstwerk / Dorische bouwstijl (archaïsche stijl)

    kunstwerk / Dorische bouwstijl (archaïsche stijl)
    De Dorische orde is ongetwijfeld de oudste van de drie bekendste bouworden uit de Griekse oudheid. Ook is die het zwaarst en het meest sober. Boven het kapiteel bevindt zich een vierkante abacus die het kapiteel verbindt met het hoofdgestel. Het hoofdgestel is verdeeld in drie horizontale registers, het onderste deel daarvan is ofwel glad of gedeeld door horizontale lijnen. De bovenste helft is onderscheidend voor de Dorische orde.
  • 550 BCE

    kunstwerk / Ionische bouwstijl (klassieke stijl)

    kunstwerk / Ionische bouwstijl (klassieke stijl)
    De Ionische orde is een van de drie bouworden uit de Griekse bouwkunst. De ionische bouwstijl is slanker en fijn versierd. Het onderscheidt zich door slanke, gegroefde zuilen met een groot basement en twee tegengestelde voluten (rollen of krullen) in het lijstwerk van het kapiteel. het lijstwerk zelf is versierd met een ei-en-pijl-motief.
  • 540 BCE

    kunstwerk / de zwartfigurige stijl (archaïsche stijl)

    kunstwerk / de zwartfigurige stijl (archaïsche stijl)
  • Period: 500 BCE to 350 BCE

    Klassieke periode

    Kenmerken:
    1. Het algemene schoonheidsideaal werd weergegeven
    2. Toepassing van de contraposto
    3. Perfecte weergave van de anatomie
    4. Er was sprake van harmonie tussen spanning en ontspanning
    5. Het beeld kon van alle kanten bekeken worden De gebeurtenissen in deze tijd hebben de loop van de geschiedenis zó beïnvloed dat de periode "klassiek" genoemd wordt.
  • 480 BCE

    Roodfigurige stijl

    Roodfigurige stijl
    In de 5e eeuw vC. verbeterde de techniek, en ontstond de roodfigurige stijl.
    - De silhouetten van de figuren (op het voorbeeld links zie je de godin Athena en de halfgod Herakles) werden uitgespaard, maar de details werden na het bakken met een fijn penseel ingevuld: dit liet een grotere precisie toe dan bij de zwartfigurige stijl.
    - de motieven en voorstellingen bleven dezelfde als bij de zwartfigurige stijl.
    - net als in beeldhouwkunst werd de lichaamshouding steeds natuurgetrouwer uitgebeeld.
  • 450 BCE

    kunstwerk (Klassieke stijl)

    kunstwerk (Klassieke stijl)
    Voorbeeld van een klassiek kunstwerk
  • 350 BCE

    kunstwerk (Hellenisme)

    kunstwerk (Hellenisme)
    Voorbeeld van een kunstwerk vanuit het hellenisme.
    Dit beeld is typisch hellenistisch omdat er meer dynamiek is, het is nog zoals het klassiek in verhouding maar met meer dynamiek. Er zijn kleinere details, er word expressies gebruikt en soepele golvende vormen.
  • 350 BCE

    kunstwerk / Het theater van Epidaurus (Griekse stijl)

    kunstwerk / Het theater van Epidaurus (Griekse stijl)
    Het theater van Epidaurus is het best bewaarde theater uit de Griekse Oudheid, was verbonden aan de cultusplaats voor Asclepius, god van de geneeskunde, in het antieke Epidaurus. Dit bijzonder goed bewaarde theater, dat als een reusachtige schelp tegen de flank van een heuvel ligt.
  • Period: 350 BCE to 50 BCE

    Hellenisme periode

    Kenmerken:
    1.Meer individualisme, portretten
    2.Emotie/beweging: complexe theatrale beelden
    3.Dynamische beelden stonden tegen een steunpunt Hier werd alles net iets anders dan de klassieke periode zoals meer details of andere positie of hetzelfde beeld met extra kenmerken uit deze tijd.
  • Period: 150 BCE to 500

    Romeinse kunstperiode

    De Romeinse architectuur wordt vooral gekenmerkt door technische hoogstandjes. Zoals zovele zaken in de Romeinse cultuur werd in de eerste plaats veel aandacht besteed aan de praktische kant van de zaak.
  • 148 BCE

    Basilica

    Basilica
    Een basilica was een gebouw voor handel en rechtspraak in de Romeinse oudheid.
  • 100 BCE

    contraposthouding

    contraposthouding
    Het been dat het gewicht draagt wordt het standbeen genoemd, het andere been het speelbeen. De houding van de contrapposto heeft iets weg van een vage s-vorm waarbij het bekken licht kantelt. Bij het poseren is het aannemen van een contraposthouding ontspannen. De houding kan lang worden volgehouden.
  • 50 BCE

    kunstwerk / Korinthische bouwstijl (Hellenistische stijl)

    kunstwerk / Korinthische bouwstijl (Hellenistische stijl)
    De Korinthische orde is de jongste van de drie bouworden van de Griekse bouwkunst. De Korinthische orde is de meest sierlijke van de Griekse orden, gekenmerkt door een slanke geribbelde zuil met een sierlijke kapiteel versierd met twee rijen acanthusbladeren (acanthusmotief) en vier rollen. Het wordt algemeen beschouwd als de meest elegante van de drie orden.
  • 50 BCE

    kunstwerk / fresco (Romeinse stijl)

    kunstwerk / fresco (Romeinse stijl)
    Fresco's van Michelangelo en anderen in de Sixtijnse Kapel in Vaticaanstad.
    Een fresco is een muur of plafondschildering waarbij de verf direct op het natte kalk wordt aangebracht. Hierdoor wordt het een geheel.
  • 300

    Kunstwerk (Byzantijnse stijl)

    Kunstwerk (Byzantijnse stijl)
    Christus Pantocrator, Hagia Sophia, Istanboel (mozaiek)
    Het gaat erg over het geloof. Er wordt geen gebruik gemaakt van diepte maar overlapping en contouren. Het is niet meer zoals bij de Grieken en Romeinen in de perfectie het is meer statisch.
  • Period: 300 to 1000

    Byzantijnse en vroeg christelijke kunst

    De Byzantijnse kunst stond in dienst van het geloof en werd veel toegepast in de vroegchristelijke kerken met het aanbrengen van religieuze mozaïeken en later fresco's en iconen. Kunstenaars beeldden vooral vertellingen af uit het leven van Jezus. De Byzantijnse kunstwerken moesten voldoen aan strenge regels.
  • 301

    kunstwerk / Mozaïek in de Hagia Sophia (Byzantijnse stijl)

    kunstwerk / Mozaïek in de Hagia Sophia (Byzantijnse stijl)
    Mozaïek in de Hagia Sophia
  • Period: 400 to 500

    Keltisch

    Keltisch art behoort bij de mensen bekend als Kelten.
    Gewoonlijk Keltische kunst sier, vermijdend rechte lijnen en slechts nu en dan gebruikt symmetrie, zonder nabootsing van de natuur centraal in de klassieke traditie, waarbij vaak complexe symboliek.
  • 401

    kunstwerk (Keltische stijl)

    kunstwerk (Keltische stijl)
    De Keltische beeldende kunst, waar het hier om gaat, uit zich vooral in een ornamentele vorm, vermijdt rechte lijnen, maakt beperkt gebruik van symmetrie en kent een complexe symboliek die wortelt in de Keltische natuurgodsdienst, ook in de vroeg-Christelijke kunst.
  • 450

    Romaanse kerk

    Romaanse kerk
    Transept: buitenste vierkanten
    Viering: is een vierkant, waar het schip en dwars transepten kruizen
    Kooromgang: overdekte wandelgang naar het koor
    Apsis: publieke functie, kijk je naar het publiek
    Middenschip: langgerekte ruimte in west-oost richting. Voor aanwezingen
  • Period: 500 to 1500

    Middeleeuwen

    Middeleeuwse kunstenaars in Europa waren verbonden met het artistieke erfgoed van het Romeinse Rijk en met teksten en iconografie van de vroege Katholieke Kerk. Deze bronnen en invloeden werden vermengd met de sterke 'barbaarse' culturen van Noord-Europa, wat leidde tot een opmerkelijke artistieke beweging. Zo kan de geschiedenis van de middeleeuwse kunst worden gezien als de geschiedenis van de interacties tussen klassieke, vroegchristelijke en barbaarse kunstelementen.
  • 800

    Glas in lood

    Glas in lood
    Glas in lood is een vensterraam bestaande uit stukken glas gevat in loodlijsten. In een eenvoudige uitvoering vormen de loodlijsten een rechthoekig raamwerk waarin stukken blank vensterglas gevat zijn.
  • Period: 1000 to 1200

    Romaanse tijd

    De groei van kloosters leidde tot ongekende kunstzinnige bedrijvigheid in de elfde en twaalfde eeuw. Veel nieuwe ordes werden opgericht, zoals de dominicanen, cluniacenzers en cisterciënzers. In heel Europa verrezen hun kloosters en kerken.
  • 1100

    Kunstwerk (Romaanse stijl)

    Kunstwerk (Romaanse stijl)
    Romaanse frescocyclus op het gewelf in de kerk van Saint-Savin-sur-Gartempe
  • 1150

    Kunstwerk (Gotische stijl)

    Kunstwerk (Gotische stijl)
    Madonna met Kind, Luik, Museum Grand Curtius.
  • Period: 1150 to 1500

    Gotisch

    De gotiek is de naam voor een laatmiddeleeuwse stijl toegepast in de periode 1140-1500 in de beeldende kunsten en de architectuur, die vooral aanwezig is in kerkgebouwen. Kenmerkend is onder andere het gebruik van spitsbogen bij raam- en deuropeningen en gewelven.
  • Period: 1400 to 1500

    Vlaamse primitieven

    De naam Vlaamse Primitieven verwijst naar een groep schilders uit de 15e en begin 16e eeuw in de Zuidelijke Nederlanden. Vlaamse kunstenaars verfijnden de olieverftechniek en bestudeerden de mogelijkheden om met lijnperspectief ruimte uit te beelden. Ook ontwikkelden zij het atmosferisch perspectief, door met kleurnuances afstand te suggereren in een landschap. Zij werkten op grote panelen, met aandacht voor het menselijke karakter van diegenen die zij portretteerden.
  • Period: 1400 to

    Renaissance

    Het was een periode van grote bloei van kunst en wetenschap. Dit ging samen met bewondering voor de klassieke oudheid, de bloeiperiode van de Griekse en Romeinse beschavingen.
    Kunstenaars en opdrachtgevers hadden het gevoel dat deze beschaving opnieuw tot leven kwam. De term 'renaissance’ betekent dan ook ‘wedergeboorte’.
  • 1440

    olieverf

    olieverf
    Olieverf is een verfsoort, samengesteld uit pigment in de vorm van een zeer fijn gekleurd poeder en een plantaardige olie. Dit bindmiddel is meestal lijnolie. Olieverf is vanaf de 15e eeuw een belangrijk medium in de schilderkunst.
  • 1517

    Kunstwerk (renaissance)

    Kunstwerk (renaissance)
    Quentin Massys -Erasmus van Rotterdam
  • 1520

    kunstwerk (Maniërisme)

    kunstwerk (Maniërisme)
    Meester van de Antwerpse Aanbidding: Aanbidding door de koningen. Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen
  • Period: 1520 to

    Maniërisme

    Het maniërisme of de late renaissance is de stijl die volgde op de hoogrenaissance. Overdreven elegantie en gekunstelde emoties en niet naar de edele maatwerken gekeken.
  • 1566

    Beeldenstorm

    Beeldenstorm
    De Beeldenstorm was een vernieling op grote schaal van heiligenbeelden en andere objecten van katholieke religieuze plaatsen door protestanten in de Lage Landen
  • kunstwerk (barok)

    kunstwerk (barok)
    Genrestuk Jan Steen, Een huishouden. Deze heb ik ook uitgewerkt bij mijn tijdschriftartikel over de Gouden eeuw.
  • Period: to

    Gouden eeuw

    De Nederlandse schilderkunst kwam in de Gouden Eeuw, goeddeels samenvallend met de 17e eeuw, tot grote bloei. De vraag naar schilderijen nam enorm toe en kunstschilders moesten zich van elkaar zien te onderscheiden. Dit leidde tot een grote artistieke dynamiek en een eigen stijlontwikkeling.
  • Period: to

    Barok

    De barok is een Europese stijlperiode die aan het begin van de 17e eeuw in Italië tot ontwikkeling kwam en tot in de eerste helft van de 18e eeuw voortduurde, en die zich kenmerkt door overdaad van vorm en heftigheid van gevoelsuitdrukking. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen vroeg-, hoog- en laatbarok. De laatbarok wordt ook wel rococo genoemd.
  • Period: to

    Rococo

    Dezelfde stijlen als in Barok alleen speelser, fijner en grilliger. Rijke burgers pronkte er mee.
    Het woord rocaille gaat terug op de Franse woorden roc (rots) en coquilles (schelpen) en geeft aan dat het vooral om een decoratieve stijl gaat.
  • Kunstwerk (rococo)

    Kunstwerk (rococo)
    De triomf van Venus is een schilderij uit 1740 van François Boucher. Het inspireerde The Birth of Venus van Jean-Honoré Fragonard.
  • Period: to

    Neo-classicisme

    Men had genoeg van de bombastische dramatiek van de Barok en de uitbundige decoratie van de Rococo. Men vond deze stijlen nu decadent, en teveel deel van de kerk en de aristocratie waar men steeds kritischer tegenover stond. Als reactie keerde men terug naar strenge, heldere en zuivere vormen. Het classicisme voelde niets voor de vrijheid waarmee de Renaissance, de Barok en de Rococo nieuwe vormen had gegeven aan de Griekse en Romeinse kunst.
  • kunstwerk (neo-classicisme)

    kunstwerk (neo-classicisme)
    Jaques Louis David de eed der Horatiërs olieverf op doek 330 x 425 cm
    Dit schilderij is een belangrijk werk uit het oeuvre en in de geschiedenis van de classicistische schilderkunst. De sfeer raakt verstild door de ingehouden tint van de ruimte en het kwaliteitscontrast met verzadigde kleur in de figuren. Met zijn bewerking van kleur, licht en zijn heldere, lineaire stijl oogstte David veel bewondering. Het werd een voorbeeld voor anderen en vestigde de faam van de neoclassicistische stijl.
  • kunstwerk (romantiek)

    kunstwerk (romantiek)
    Caspar David Friedrich, wandelaar boven de nevelen
    Dit beeld behoort bij romantiek omdat er gebruik wordt gemaakt van losse penseelstreken, er is veel natuur te zien
  • Period: to

    Romantiek

    Aan het eind van de achttiende eeuw kreeg men genoeg van de rationalistische manier van denken van de Verlichting, waarin men voortdurend de oude klassieken probeerde te imiteren. De kunstenaar was in de Romantiek niet langer een nabootser van klassieke kunst, maar werd zelf een schepper. Hij werkte vanuit het persoonlijke gevoel. Kunst werd de 'individuele expressie van individuele emotie'.
  • kunstwerk (neo-classicisme)

    kunstwerk (neo-classicisme)
    Jean Auguste Dominique Ingres la grande odalisque 91 x 162 cm
  • kunstwerk (realisme)

    kunstwerk (realisme)
    Onder invloed van de industriële en maatschappelijke ontwikkelingen ontstond meer aandacht voor de realiteit van het heden. De kunst richtte zich op de gewone werkelijkheid.
  • Period: to

    Realisme

    Rond het midden van de 19de eeuw kwam de realiteit van alledag en de waarneming daarvan centraal te staan in de beeldende kunst. Het empirisme in de wetenschap en de ontwikkeling van de fotografie legden de nadruk op het kijken naar de 'objectieve' en materiële werkelijkheid.
  • kunstwerk (realisme)

    kunstwerk (realisme)
    Jean-Francois Millet het Angelus 55,5 x 66 cm
    Dit is kenmerkend aan het realisme omdat het een beeld van arme op het land is. De slechte kant van het leven werd laten zien.
    Nu toonde de schilderkunst ook gewone mensen in hun grauwe bestaan. De aandacht voor het gewone, het concrete, zelfs voor het lelijke, veroverde de schilderkunst. De weergave van de materie was daarbij wel belangrijk: een zanderige akker, ruwe rotsen, vette klei, versleten textiel.
  • kunstwerk (romantiek)

    kunstwerk (romantiek)
    Théodore Gericault - het vlot van de Medusa
    Ook bij Gericault vervaagden de strakke lijn en vorm, die bij de neoclassicisten zo kenmerkend zijn. Hij hield zich door middel van historische onderwerpen met levensvragen bezig, maar keek ook naar de realiteit van alledag