Nederland en Indonesië handelen en heersen.

  • Cornelis de Houtman

    Cornelis de Houtman
    Cornelis de Houtman in 1596 stapte in de stad Bantam op Java aan wal, het eindpunt van de eerste Nederlandse 'schipvaert' naar de Oost was bereikt.
  • Amsterdamse kooplieden.

    Amsterdamse kooplieden.
    Amsterdamse kooplieden die wilden onderzoeken of rechtstreekse handel met de Oost mogelijk was, hadden de reis betaald. Met 300 zakken specerijen keerde de vloot in 1597 terug naar Amsterdam.
  • Indonesïe rond 1600

    Indonesïe rond 1600
    Europeanen die in Indonesië wilden handelen, kregen te maken met verschillende heersers. Het land bestond uit vele grote en kleine staten, die werden bestuurd door vorsten zoals sultans.
  • VOC.

    VOC.
    Na de geslaagde reis besloten de Nederlandse kooplieden om hun invloed in Azië uit te breiden. In 1602 stichtten ze de Verenigde Oost Indische Compagnie om de reizen naar de Oost te betalen en te organiseren.
  • Nederlandse en Engelse kooplieden, Ranamanggala.

    Nederlandse en Engelse kooplieden, Ranamanggala.
    Tot 1609 hadden Nederlandse en Engelse kooplieden in Bantam meer macht dan het stadsbestuur, In de jaren na 1609 vergrootte vorst Ranamanggala zijn macht in de stad ten koste van de kooplieden. Door de komst van deze nieuwe heerser verloor de VOC een deel van haar invloed in Bantam.
  • Jan Pieterszoon, Batavia

    Jan Pieterszoon, Batavia
    Door het verliezen van de invloed van de VOC in de Bantam groeide de behoefte aan een Nederlandse nederzertting. Jan Pieterszoon Coen veroverde daarom de havenplaats Jakarta en stichtte daar in 1619 het fort BATAVIA.
  • Sultan Mataram

    Sultan Mataram
    Rond 1620 was de sultan van Mataram de machtigste heerser van Java. Alleen Bantam en Batavia vielen niet onder zijn gezag.
  • Opstand brak uit op de Molukken.

    Opstand brak uit op de Molukken.
    Toen in 1650 op de Molukken een opstand uitbrak tegen de sultan, schoot de VOC te hulp. VOC-soldaten sloegen de opstand neer. de Molukken stonden voortaan onder gezag van de Nederlanders. Om haar monopoliepositie veilig te stellen verbood de VOC het verbouwen van kruidnagelen buiten het eiland Ambon. Nederlandse en Molukse VOC-soldaten hielden regelmatig strafexpedities om het verbod te controleren.
  • Handelsmonopolie.

    Handelsmonopolie.
    In 1683 kwam de zoon van de sultan van Bantam in opstand tegen zijn vader. De VOC hielp hem aan de macht en kreeg als dank een handelsmonopolie op de peperexport. Zo'n monopolie is een speciaal soort verdrag waarin het alleenrecht op handel in bepaalde producten wordt vastgelegd.
  • Rustig in Amsterdamse haven.

    Rustig in Amsterdamse haven.
    Tussen 1780 en 1784 was het rustig in de Amsterdamse haven, waar voor die tijd al een grote drukte heerste. VOC-schepen lagen ongebruikt aan de kade. Nederland voerde een zee-oorlog met Engeland.
  • Indonesië kolonie van Nederland.

    Indonesië kolonie van Nederland.
    In 1799 werd Indonesië een kolonie van Nederland.
  • VOC failliet.

    VOC failliet.
    In 1799 ging de VOC failliet en werd opgeheven. De Nederlandse regering nam alle bezittingen en contracten van de compagnie over. De voormalige VOC-gebieden vormden voortaan de kolonie: Nederlands-Indië.
  • Nederlanders machtigste heersers.

    Nederlanders machtigste heersers.
    In de 18e eeuw groeiden de Nederlanders uit tot de machtigste heersers in Indonesië.
  • Cultuurstelsel.

    Cultuurstelsel.
    In 1830 voerde gouverneur-generaal Van den Bosch het cultuurstelsel in. Javaanse boeren moesten een deel van alle akkers beplanten met producten voor de Europese markt.
  • Minister van de koloniën

    Minister van de koloniën
    Tussen 1840-1848 was J.C.Baud de minister van de koloniën.
  • Parlementaire Democratie

    Parlementaire Democratie
    Toen na de revolutie van 1848 een nieuwe grondwet kwam, raakte de koning een groot deel van zijn macht kwijt. Nederland werd een parlementaire democratie. In het parlement hadden de liberalen de meerderheid.
  • Suikerfabrieken

    Suikerfabrieken
    Rond 1850 stonden op Java ongeveer 100 suikerfabirkene. Suikerriet was een belangrijk product in het cultuurstelsel.
  • De slavernij afgeschaft.

    De slavernij afgeschaft.
    in 1863 was de slavernij afgeschaft door de Nederlandse regering. dus voor het werk op de plantages werden arbeiders in loondienst aangetrokken.
  • Afschaffing cultuurstelsel.

    Afschaffing cultuurstelsel.
    In 1870 schafte het Nederlandse parlement het cultuurstelsel officieel af. Voortaan mochten particuliere ondernemers zonder overheidsbemoeienis geld investeren in Indonesië. In de ondernemingen konden loonarbeiders werken, zonder dwang en tegen een redelijke loon.
  • Bevolking van Java groeide.

    Bevolking van Java groeide.
    Door de betere landbouwmethodes groeide de bevolking van Java in de 19e eeuw enorm. Er ontstonden nieuwe beroepen zoals karrenvoerders en fabrieksarbeiders. Voor het vervoer van de producten werden wegen en spoorlijnen aangelegd. Om de administratie die bij het cultuurstelsel hoore te kunnen doen, leerden veel Indonesiërs lezen en schrijven.